Als het stroomnet de energietransitie inhaalt
Vanaf 1 juli 2026 gaat een groot deel van de regio Utrecht tijdelijk op slot voor nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluitingen. Volgens NOS raakt deze maatregel naar schatting circa 800.000 mensen in en rond Utrecht. Daarmee wordt netcongestie ineens tastbaar. Volgens Netbeheer Nederland staan nu bijna 15.000 projecten en bedrijven in Nederland in de rij voor een aansluiting, terwijl woningbouw, verduurzaming en economische ontwikkeling vertraging oplopen door een gebrek aan netcapaciteit.
Nederland staat hierin niet op zichzelf, maar is eerder een voorbode van wat in meer Europese landen zichtbaar wordt. De International Energy Agency (IEA) noemde Nederland in 2025 expliciet een “striking example” van hoe netcongestie de energietransitie kan afremmen.
De kern van het probleem is dat Europa in hoog tempo een nieuw energiesysteem bouwt op een infrastructuur die voor een ander tijdperk is ontworpen. Waar elektriciteit vroeger centraal werd opgewekt en in één richting werd getransporteerd, is het systeem vandaag veel dynamischer. Zonnepanelen op daken, wind op zee en de elektrificatie van woningen, vervoer en industrie zorgen voor nieuwe en vaak niet samenvallende pieken in vraag en aanbod. Tegelijk duurt het normaliter vijf tot vijftien jaar om nieuwe netinfrastructuur te realiseren, terwijl duurzame energieprojecten veel sneller kunnen worden ontwikkeld. Hierdoor ontstaat een structurele mismatch tussen vraag, aanbod en transportcapaciteit.
Ook geografisch vallen productie en consumptie steeds minder samen. Duurzame energie wordt vaak opgewekt op zee of in dunbevolkte gebieden, terwijl de vraag zich concentreert in stedelijke en industriële regio’s. Dit vergroot de druk op bestaande netten en leidt tot structurele knelpunten, die door lange vergunningsprocedures en de complexiteit van netuitbreidingen slechts geleidelijk kunnen worden opgelost.
Het oplossen van deze knelpunten vraagt om een grote investeringsinspanning. De Europese Rekenkamer schat dat richting 2050 circa €2 biljoen nodig is om elektriciteitsnetten uit te breiden en te moderniseren. Al nemen de jaarlijkse investeringen toe - inmiddels tot meer dan €70 miljard per jaar - blijft het tempo achter bij de groei van de elektriciteitsvraag.
De schaal van deze opgave stelt energiebedrijven en overheden voor een fundamentele uitdaging. Veel Europese netbeheerders zijn (deels) in publieke handen en hebben beperkte ruimte om nieuw eigen vermogen aan te trekken. Hoewel er in Europa voldoende kapitaal beschikbaar is bij institutionele beleggers, betekent dat niet automatisch dat dit kapitaal zijn weg vindt naar het elektriciteitsnet. Energiebedrijven moeten investeringen kunnen doen zonder hun balans te zwaar te belasten, terwijl beleggers zoeken naar stabiele kasstromen en een passend risico-rendementsprofiel.
Hier ligt een belangrijke rol voor krediet en gestructureerde financiering. Door gebruik te maken van op maat gemaakte schuldstructuren die aansluiten bij het lange termijn en gereguleerde karakter van netinfrastructuur, kan kapitaal eerder en op grotere schaal worden ingezet.
Het Credit team van Investment Management binnen PGGM speelt hierin een actieve rol door schuldfinanciering te verstrekken met een expliciete duurzaamheidsfocus. Waar publieke kapitaalmarkten, zoals obligaties, niet altijd voldoende flexibiliteit bieden, kan het team ook via private kredietmarkten investeren in innovatieve oplossingen die beter aansluiten op de timing en omvang van deze investeringen. Daarbij wordt regelmatig samengewerkt met banken en andere institutionele beleggers.
Zo heeft het PGGM Global Credit mandaat recent €30 miljoen geïnvesteerd als onderdeel van een bredere financiering aan RWE, een van Europa’s grootste energiebedrijven. Met deze financiering kan RWE haar aandeel leveren aan investeringen in het Europese transmissienet. RWE doet dit via haar belang in Amprion, dat een centrale rol speelt in het Duitse elektriciteitssysteem en verantwoordelijk is voor het transport van elektriciteit over lange afstanden - onder meer van offshore windgebieden naar industriële en stedelijke vraagcentra. PGGM’s financiering draagt daarmee bij aan de uitbreiding van het hoogspanningsnet, nieuwe offshore aansluitingen en de versterking van bestaande infrastructuur.
Wat deze financiering onderscheidt, is dat de structuur is afgestemd op de onderliggende netinvesteringen en de geleidelijke opbouw van kasstromen, in plaats van op vaste, directe terugbetalingsverplichtingen. Daardoor kan kapitaal eerder worden ingezet zonder dat dit de kredietwaardigheid van de betrokken partijen onevenredig onder druk zet, terwijl een aantrekkelijk rendement wordt gerealiseerd dat hoger ligt dan bij reguliere obligaties, met beperkt extra risico.
Voor het PGGM IM Credit team is dit precies de rol die het wil spelen: bijdragen met kredietoplossingen die de energietransitie versnellen en tegelijk een passend langetermijnrendement opleveren voor Pensioenfonds Zorg en Welzijn en zijn deelnemers. Dit vraagt om een combinatie van kredietexpertise en het vermogen om over publieke en private kapitaalmarkten heen passende structuren te realiseren.
De situatie in Utrecht laat zien hoe de energietransitie een nieuwe fase ingaat. Waar de nadruk lange tijd lag op het opwekken van duurzame energie, verschuift de uitdaging steeds meer naar het transport ervan. De uitbreiding van elektriciteitsnetten is daarmee niet langer een randvoorwaarde, maar een cruciale succesfactor voor verdere verduurzaming. Dat vraagt om technische innovatie, snellere uitvoering én voldoende langetermijnkapitaal om deze investeringen mogelijk te maken.
Artikel delen of printen
klik op het icoon